Verbruiksbelastingen zijn belastingen die over de uitgaves van consumenten en bedrijven worden geheven. Over de inkomsten van de consumenten (m.u.v. uitkeringstrekkers) is uiteraard ook al behoorlijk veel belasting afgedragen. De voornaamste verbruiksbelasting is de BTW, maar ook accijnzen en de BPM vormt een lucratieve inkomstenbron voor de fiscus. Verbruiksbelastingen kennen als voordeel dat geld uitgeven duurder wordt en hiermee spaarders en investeerders worden beloond. Het nadeel is dat vooral mensen met lagere inkomens getroffen worden: zij kunnen maar weinig sparen.
- BTW, een belasting van 6 tot 19% over de toegevoegde waarde.
- BPM, een belasting van 46% over de cataloguswaarde van een nieuwe auto.
- Overdrachtsbelasting: een belasting van 6% over de overnameprijs van tweedehands huizen
- Assurantiebelasting, een belasting op verzekeringspremies
- Accijns op motorbrandstof, goed voor meer dan de helft van alle brandstofkosten
- Accijns op alcoholische dranken: de overheid als mede-drugsdealer
- Accijns, pardon, verbruiksbelasting op niet-alcoholhoudende dranken: de zoveelste melkkoe
- Waterbelasting: zelfs de vrekken moeten het nu bezuren
- Accijns op tabak: de reden dat de rookloze sigaret, die veel minder schadelijk is dan rooktabak, verboden moest worden
- Energieheffing: onder het mom van milieumaatregel ingevoerde lastenverzwaring
- Verwijderingsbijdrage: de zoveelste belasting die het milieu heet te redden
- Vliegtax: de meest stompzinnige belasting tot nu toe